
Ontvang de nieuwste inzichten en updates gewoon in je inbox.
Tanken is in Nederland in ruim 30 jaar veel duurder geworden. In 1990 kostte een liter benzine ongeveer €0,75. In 2026 is dat vaak rond de €2,20.
Dat merken veel mensen meteen als ze bij de pomp staan. Waar je vroeger met een paar tientjes best ver kwam, ben je nu veel meer geld kwijt voor dezelfde tank. De stijgende benzineprijs laat iets zien wat ook bij andere dingen gebeurt: geld wordt langzaam minder waard.
Veel mensen denken dat dure benzine vooral iets van de laatste jaren is. Dan hoor je bijvoorbeeld dat olie duurder is geworden of dat belastingen omhoog zijn gegaan. Dat klopt deels. Maar als je naar een langere periode kijkt, zie je dat benzine al heel lang stap voor stap duurder wordt.
Dat heeft te maken met inflatie. Dat is een moeilijk woord voor iets simpels: met hetzelfde geld kun je later minder kopen. Een euro is dus niet altijd even veel waard. Vroeger kocht je voor €1 meer dan nu.
Dat zie je niet alleen bij benzine. Ook boodschappen, huizen en andere dagelijkse dingen zijn duurder geworden. Je geldbedrag op je spaarrekening kan hetzelfde blijven of zelfs groeien, maar toch kun je er minder van kopen dan vroeger.
De prijs van benzine is daarom voor veel mensen een heel duidelijk voorbeeld. Je ziet het meteen op het bord bij het tankstation. Maar eigenlijk gebeurt hetzelfde ook op andere plekken. Alles wordt langzaam duurder, terwijl geld juist minder kan kopen.
Sarah zag dat al jaren geleden. Zij spaarde gewoon, zoals veel mensen doen. Maar ze merkte dat sparen haar niet echt een zeker gevoel gaf. De prijzen gingen omhoog, terwijl haar geld op de bank niet echt harder groeide.
"Ik wilde dat mijn geld over twintig jaar nog steeds ongeveer hetzelfde kon kopen," zegt Sarah. "Niet alleen als getal op mijn rekening, maar ook in het echte leven."
Daarom besloot ze een deel van haar geld in goud te zetten. Niet om snel rijk te worden, zegt ze, maar om een deel van haar geld beter te beschermen tegen inflatie.
Als je benzine en goud met elkaar vergelijkt, zie je waarom zij dat deed. In 1990 kostte een liter benzine ongeveer €0,75 en was 1 gram goud ongeveer €10 waard. Met 1 gram goud kon je toen dus ongeveer 13 liter benzine kopen.
In 2005 kostte benzine ongeveer €1,20 per liter en was goud ongeveer €12 per gram waard. Met 1 gram goud kon je toen ongeveer 10 liter benzine kopen.
In 2015 kostte benzine ongeveer €1,60 per liter en was goud ongeveer €32 per gram waard. Daardoor kon je met 1 gram goud ongeveer 20 liter benzine kopen.
In 2025 kostte benzine ongeveer €2,00 per liter en was goud ongeveer €120 per gram waard. Met 1 gram goud kon je toen ongeveer 60 liter benzine kopen. In 2026 ligt benzine vaak rond de €2,20 per liter en goud rond de €145 per gram. Met 1 gram goud kun je nu dus ongeveer 66 liter benzine kopen.
Dat laat iets opvallends zien. In euro's is benzine veel duurder geworden. Maar als je rekent met goud, kun je er nu juist meer benzine voor kopen dan vroeger.
Dat betekent niet dat goud altijd stijgt. En het betekent ook niet dat goud nooit daalt. Maar het laat wel zien dat de prijs aan de pomp niet het hele verhaal vertelt. Het gaat niet alleen om wat benzine kost. Het gaat ook om wat jouw geld nog waard is.
Voor Sarah was dat precies de reden om anders naar geld te kijken. "Het gaf mij rust," zegt ze. "Omdat niet al mijn geld alleen vastzat aan de euro."
De hoge benzineprijs is dus meer dan alleen vervelend voor automobilisten. Het is ook een duidelijk voorbeeld van iets groters. In de loop van de tijd wordt veel duurder, terwijl geld juist minder kan kopen.
De vraag is daarom niet alleen waarom tanken zo duur is geworden. De grotere vraag is: wat doe je als jouw geld elk jaar een beetje minder waard wordt?
26 jaar rendement, inflatie en koopkracht in één helder overzicht

En leer meteen over het historisch rendement van goud van de afgelopen 26 jaar.
