
Ontvang de nieuwste inzichten en updates gewoon in je inbox.
Een paar gewone boodschappen. Brood. Melk. Groenten. Misschien wat vlees. En toch schrikken veel mensen van het bedrag als ze moeten afrekenen.
Dat is niet gek. Een boodschappenmandje met gewone producten kost nu veel meer dan vroeger. Rond 1990 lag dat vaak ergens tussen de €25 en €30. In 2026 zit zo’n zelfde soort mandje al snel rond de €80.
Juist daarom valt het zo op. Je koopt niet ineens luxe dingen. Het zijn vaak gewoon dezelfde spullen als anders. Alleen het bedrag is niet meer hetzelfde.
Veel mensen denken bij hogere supermarktprijzen aan duurdere producten, hogere kosten of prijsstijgingen bij fabrikanten. Dat speelt mee. Maar daar stopt het verhaal niet.
Er speelt namelijk nog iets anders: geld zelf verandert ook. Met hetzelfde bedrag kun je na een aantal jaren minder kopen. Dat heet inflatie.
Dat merk je in de supermarkt extra snel, omdat je daar steeds terugkomt. Je hoeft niet te wachten op een grote aankoop om te voelen dat prijzen zijn veranderd. Je ziet het elke week opnieuw, bij gewone dingen die je nodig hebt.
Daardoor voelt boodschappen doen voor veel mensen zwaarder dan vroeger. Niet omdat één product ineens extreem duur is geworden, maar omdat alles samen langzaam omhoog is gegaan.
Chrisje begon daar begin jaren 2000 anders naar te kijken. Ze werkte, spaarde en deed wat veel mensen doen. Maar hoe langer ze erop lette, hoe duidelijker het werd: haar spaargeld bleef staan, terwijl de prijzen om haar heen bleven stijgen.
“Ik keek eerst vooral naar hoeveel euro er op mijn rekening stond,” zegt ze. “Later ging ik meer letten op wat ik daar echt nog voor kon kopen.”
Daarom besloot ze een deel van haar geld anders te benaderen. Niet om snel winst te maken, maar omdat ze iets zocht dat minder vastzat aan de waarde van de euro. Zo kwam ze uit bij goud.
Dat verschil zie je terug als je boodschappen en goud naast elkaar legt. In 1990 kostte een gewoon boodschappenmandje ongeveer €30. Een gram goud was toen ongeveer €10 waard. Voor zo’n mandje had je toen dus ongeveer 3 gram goud nodig.
In 2005 kostte dat mandje ongeveer €40 en lag goud rond de €12 per gram. Je had toen nog steeds ruim 3 gram goud nodig voor dezelfde soort boodschappen.
In 2015 kostte een mandje ongeveer €55, terwijl goud rond de €32 per gram lag. Toen had je nog maar iets minder dan 2 gram goud nodig.
In 2025 lag zo’n mandje rond de €75 en goud rond de €120 per gram. In 2026 kost dat mandje vaak ongeveer €80, terwijl goud rond de €145 per gram ligt. Voor dezelfde boodschappen heb je nu dus nog maar iets meer dan een halve gram goud nodig.
Dat laat iets opvallends zien. In euro’s zijn boodschappen veel duurder geworden. Maar als je anders rekent, zie je dat niet alleen de prijs van producten is veranderd. Ook de waarde van geld zelf is verschoven.
Voor Chrisje was dat de reden om anders naar sparen te kijken. Niet uit paniek, maar omdat ze merkte dat prijzen elk jaar een stukje opschoven.
De supermarkt laat dus iets zien wat veel groter is dan alleen een duur kassabonnetje. Je ziet er van heel dichtbij wat er gebeurt als prijzen stijgen en geld minder waard wordt.
Voor veel mensen begint daar een nieuwe manier van kijken. Niet alleen naar wat iets kost, maar ook naar wat hun geld nog echt waard is.
26 jaar rendement, inflatie en koopkracht in één helder overzicht

En leer meteen over het historisch rendement van goud van de afgelopen 26 jaar.
