Wat je in de supermarkt merkt, zie je op meer plekken terug. In de afgelopen jaren zijn boodschappen flink duurder geworden. Voor veel mensen is de prijs van een volle tas boodschappen het eerste signaal dat geld zijn waarde verliest. In dit artikel lees je hoe dat komt, en waarom steeds meer mensen opnieuw kijken naar het verschil tussen geld en waarde.

Een volle boodschappentas wordt voor veel mensen ieder jaar kostbaarder. Waar je vroeger met €50 veel verder kwam, ben je vandaag voor dezelfde boodschappen vaak flink meer kwijt. Vooral producten als zuivel, brood, groente en koffie zijn de afgelopen jaren hard in prijs gestegen.
Hoe komt dat? Een groot deel heeft te maken met inflatie, hogere energieprijzen, duurdere grondstoffen en stijgende transportkosten. Supermarkten rekenen die kosten door in de prijzen. Daar komt bij dat lonen, verpakkingen en productiekosten zijn opgelopen. De combinatie van inflatie en hogere kosten maakt boodschappen voor veel huishoudens structureel duurder dan een paar jaar geleden.
Als de prijzen stijgen en je euro minder waard wordt, heeft dat direct invloed op je dagelijks leven. Maar waar komt inflatie vandaan en wat kun je eraan doen?
Inflatie is een algemene stijging van prijzen in de economie. Dat raakt niet alleen energie of wonen, maar ook dagelijkse boodschappen. Als kosten voor productie, transport en grondstoffen oplopen, zie je dat terug in supermarktprijzen.
Boodschappen worden duurder wanneer grondstoffen, energie, lonen en transportkosten stijgen. Ook verstoringen in aanbod, zoals misoogsten of geopolitieke onrust, kunnen prijzen opdrijven. Inflatie versterkt dat effect vaak extra.
Door stijgende prijzen kun je met hetzelfde budget minder boodschappen doen dan voorheen. Wat vroeger genoeg was voor een volle kar, is nu soms nauwelijks genoeg voor dezelfde producten. Dat soort prijsstijgingen voel je direct in je dagelijkse uitgaven.
Als boodschappen structureel duurder worden, helpt het om breder te kijken naar hoe je koopkracht beschermt. Daarom kijken sommige mensen naast besparen ook naar manieren om waarde op langere termijn beter te behouden. In de volgende sectie gaan we daar verder op in.
.avif)
Als prijzen blijven stijgen, gaan mensen vaak op zoek naar manieren om de waarde van hun geld beter vast te houden. In zulke periodes komt goud regelmatig naar voren als onderwerp van interesse.
Goud is een schaars en fysiek bezit dat al duizenden jaren wordt gebruikt om waarde op te slaan. Waar geld in waarde kan schommelen, wordt goud vaak gezien als iets dat over langere tijd zijn koopkracht beter weet te behouden. Dat is ook waarom het in periodes van inflatie en economische onzekerheid vaker wordt genoemd.
Kijk je naar de afgelopen jaren, dan zie je dat goud over een langere periode flinke schommelingen heeft gekend, maar gemiddeld wel is meegegroeid. Tussen 2000 en 2025 lag het gemiddelde rendement rond de 10,9% per jaar.
Dat betekent niet dat goud altijd stijgt, maar wel dat het door de tijd heen een rol speelt in hoe mensen naar waarde en koopkracht kijken.

26 jaar rendement, inflatie en koopkracht in één helder overzicht

En leer meteen over het historisch rendement van goud van de afgelopen 26 jaar.
De prijs in de supermarkt hangt af van meerdere dingen tegelijk, zoals energieprijzen, grondstoffen, lonen, transportkosten en inflatie. Ook verstoringen in aanbod, zoals misoogsten of geopolitieke onrust, kunnen voedsel duurder maken.
Inflatie maakt productie, vervoer en dagelijkse kosten duurder. Supermarkten en producenten rekenen die hogere kosten vaak door in prijzen, waardoor boodschappen stap voor stap duurder worden.
Boodschappen zijn een uitgave die bijna iedereen wekelijks doet. Als prijzen daar stijgen, voel je dat direct. Juist daarom wordt inflatie in de supermarkt vaak sneller en duidelijker gevoeld dan op veel andere plekken.
In periodes waarin geld aan koopkracht verliest, kijken mensen vaker naar bezittingen die bedoeld zijn om waarde te behouden. Goud wordt daarom al lange tijd genoemd als iets waar in onzekere periodes extra aandacht naartoe gaat.
Nee, goud beweegt ook op en neer. Er zijn jaren met stijgingen en jaren met dalingen. Over de langere periode van 2000 tot 2025 lag het gemiddelde jaarlijkse rendement volgens de aangehaalde data op 10,9%, maar prestaties uit het verleden zeggen niets over de toekomst.
In het rapport zie je hoe goud zich tussen 2000 en 2025 jaar voor jaar heeft ontwikkeld. Het laat op een duidelijke manier zien wat er in die jaren gebeurde en hoe goud in verschillende periodes bewoog.
