Je saldo blijft gelijk, maar wat je ermee kunt kopen niet. Door inflatie daalt de koopkracht van spaargeld vaak ongemerkt jaar na jaar. In dit artikel ontdek je hoe dat werkt, en wat veel mensen doen om hun geld beter te beschermen.

Geld op een spaarrekening lijkt veilig, maar door inflatie kun je er elk jaar minder mee kopen. Waar €10.000 spaargeld vroeger dezelfde koopkracht hield bij lage inflatie, zie je dat bij hogere inflatie de waarde ongemerkt afneemt. In de jaren 2021 tot 2025 verloren veel spaarders daardoor duizenden euro’s aan koopkracht, zonder dat hun saldo daalde.
Hoe komt dat? Inflatie maakt producten en diensten duurder, terwijl spaarrentes vaak achterblijven. Als prijzen harder stijgen dan de rente op je rekening, verlies je reële waarde. Dat verschil heet negatieve reële rente. Zeker in periodes van hardnekkige inflatie zorgt dat ervoor dat stilstaand spaargeld langzaam wordt uitgehold. Daarom kijken steeds meer mensen naar manieren om een deel van hun vermogen beter te beschermen.
Als de prijzen stijgen en je euro minder waard wordt, heeft dat direct invloed op je dagelijks leven. Maar waar komt inflatie vandaan en wat kun je eraan doen?
Inflatie is een algemene stijging van de prijzen van goederen en diensten. Dat betekent dat je spaargeld na verloop van tijd minder waard kan worden. Een beetje inflatie (rond 2%) wordt vaak als gezond gezien, maar als inflatie langdurig hoger ligt, neemt je koopkracht af.
Prijzen stijgen wanneer kosten voor bedrijven oplopen, grondstoffen duurder worden of de vraag groter is dan het aanbod. Denk aan boodschappen, energie en brandstof. Daardoor heb je steeds meer geld nodig voor dezelfde uitgaven.
Door inflatie verliest spaargeld langzaam koopkracht als de rente op je spaarrekening lager is dan de prijsstijgingen. Je saldo blijft misschien gelijk, maar je kunt er in de toekomst minder mee kopen. Dat effect wordt vaak onderschat.
Als inflatie hoger is dan spaarrente, kan het slim zijn om te kijken naar manieren om je vermogen beter te spreiden. Daarom kijken mensen in periodes van stijgende prijzen vaak naar bezittingen die bedoeld zijn om waarde te behouden. In de volgende sectie gaan we daar verder op in.
.avif)
Als prijzen blijven stijgen, gaan mensen vaak op zoek naar manieren om de waarde van hun geld beter vast te houden. In zulke periodes komt goud regelmatig naar voren als onderwerp van interesse.
Goud is een schaars en fysiek bezit dat al duizenden jaren wordt gebruikt om waarde op te slaan. Waar geld in waarde kan schommelen, wordt goud vaak gezien als iets dat over langere tijd zijn koopkracht beter weet te behouden. Dat is ook waarom het in periodes van inflatie en economische onzekerheid vaker wordt genoemd.
Kijk je naar de afgelopen jaren, dan zie je dat goud over een langere periode flinke schommelingen heeft gekend, maar gemiddeld wel is meegegroeid. Tussen 2000 en 2025 lag het gemiddelde rendement rond de 10,9% per jaar.
Dat betekent niet dat goud altijd stijgt, maar wel dat het door de tijd heen een rol speelt in hoe mensen naar waarde en koopkracht kijken.

26 jaar rendement, inflatie en koopkracht in één helder overzicht

En leer meteen over het historisch rendement van goud van de afgelopen 26 jaar.
Als prijzen stijgen door inflatie, kun je met hetzelfde spaargeld minder kopen dan voorheen. Als de rente op je spaarrekening lager is dan de inflatie, neemt je koopkracht langzaam af.
Inflatie betekent dat geld in de loop van tijd minder koopkracht heeft. Je spaarsaldo blijft misschien hetzelfde, maar de waarde van wat je ermee kunt kopen daalt.
Op je bankrekening zie je vaak hetzelfde bedrag staan, maar achter de schermen daalt de koopkracht van dat geld. Je merkt dat pas echt wanneer dagelijkse uitgaven, wonen of boodschappen duurder worden.
In periodes waarin geld aan koopkracht verliest, kijken mensen vaker naar bezittingen die bedoeld zijn om waarde te behouden. Goud wordt daarom al lange tijd genoemd als iets waar in onzekere periodes extra aandacht naartoe gaat.
Nee, goud beweegt ook op en neer. Er zijn jaren met stijgingen en jaren met dalingen. Over de langere periode van 2000 tot 2025 lag het gemiddelde jaarlijkse rendement volgens de aangehaalde data op 10,9%, maar prestaties uit het verleden zeggen niets over de toekomst.
In het rapport zie je hoe goud zich tussen 2000 en 2025 jaar voor jaar heeft ontwikkeld. Het laat op een duidelijke manier zien wat er in die jaren gebeurde en hoe goud in verschillende periodes bewoog.
