Elke maand zet je netjes iets opzij, maar je spaarrekening lijkt stil te staan terwijl alles duurder wordt. Dat klopt ook: de spaarrente is lager dan de inflatie, waardoor je geld elk jaar koopkracht verliest. Het goede nieuws? Je hoeft geen doorgewinterde belegger te zijn om daar iets aan te doen.

Sparen voelt veilig, en dat is het in zekere zin ook: je geld staat op de bank en het bedrag op je rekening wordt niet minder. Maar het bedrag zegt niets over wat je ermee kunt kopen. Stijgen de prijzen met 3% terwijl je spaarrente 1,5% is, dan koop je volgend jaar minder met hetzelfde geld. Je verliest geen euro's, wel koopkracht.
Voor starters is dat extra zuur. Juist als je begint met vermogen opbouwen, wil je dat elke euro die je opzij zet iets oplevert. Veel mensen denken dat de alternatieven ingewikkeld zijn: aandelen, fondsen, grafieken, jargon. Daardoor blijven ze op de spaarrekening hangen, niet omdat het de beste keuze is, maar omdat het de bekendste is.
In vier korte stukken leggen we uit waarom je spaargeld stil lijkt te staan, en wat je eraan kunt doen.
Koopkrachtverlies betekent dat je met hetzelfde bedrag steeds minder kunt kopen. Je saldo blijft gelijk of groeit een klein beetje door rente, maar de prijzen om je heen stijgen sneller. Dat verschil is wat je stilletjes inlevert.
Prijzen stijgen vrijwel elk jaar: dat heet inflatie en het hoort bij onze economie. Meestal lost spaarrente daar maar een klein deel van op. Zolang de rente lager is dan de inflatie, gaat je koopkracht achteruit, ook al voelt je spaarrekening veilig.
Stel dat je €5.000 op je spaarrekening hebt staan. Bij 3% inflatie en 1,5% rente kun je na tien jaar met dat bedrag ongeveer 14% minder kopen dan nu. Hoe langer je geld alleen op de spaarrekening staat, hoe groter dit effect wordt.
Je hoeft niet ineens al je spaargeld te beleggen; een buffer op de bank is verstandig. Voor het deel dat je langere tijd niet nodig hebt, kun je kijken naar alternatieven die historisch meebewegen met stijgende prijzen. Edelmetalen zoals goud en zilver zijn daar een bekend voorbeeld van, en je kunt er al klein mee beginnen.
.avif)
Goud en zilver worden al eeuwenlang gebruikt om waarde vast te houden. Waar geld op de bank verwatert door inflatie, zijn beide metalen schaars: je kunt ze niet bijdrukken. Juist als prijzen stijgen en spaarrentes achterblijven, kijken veel mensen daarom naar edelmetaal.
De cijfers laten dat ook zien. Tussen 2000 en 2025 steeg de goudprijs met gemiddeld zo'n 11% per jaar, terwijl de spaarrente de inflatie meestal niet bijhield. Belangrijk om te weten: resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Edelmetaalprijzen kunnen ook dalen, soms jarenlang.
Zilver is daarbij de toegankelijke tegenhanger van goud. Het is per gram een stuk goedkoper. Bovendien wordt zilver volop gebruikt in de industrie, van zonnepanelen tot elektronica, wat voor blijvende vraag zorgt. Houd er wel rekening mee dat de zilverprijs doorgaans sterker schommelt dan de goudprijs.
Bij Cleverr kies je zelf: goud, zilver of een combinatie van beide, al vanaf €1. Zo ontdek je rustig wat bij je past, in je eigen tempo. Je edelmetaal wordt fysiek bewaard in een beveiligde opslag in Zwitserland, en Cleverr staat onder toezicht van de AFM.

Gratis te downloaden. Per jaar uitgelegd, zonder beleggingsjargon.

Vul je e-mailadres in en ontvang 26 jaar gouddata direct in je inbox.
Inflatie zorgt ervoor dat prijzen in de hele economie stijgen. Dat zie je niet alleen in de supermarkt, maar ook bij energie, wonen en vervoer. Het is dus geen los probleem per product, maar een bredere ontwikkeling waarbij geld in de loop van tijd minder kan kopen.
Je saldo op de bank blijft hetzelfde, maar de koopkracht daalt. Dat betekent dat je met hetzelfde bedrag minder kunt kopen dan voorheen. Inflatie werkt daardoor als een stille vermindering van de waarde van je geld.
Je kunt inflatie niet voorkomen, maar je kunt wel nadenken hoe je ermee omgaat. Veel mensen kiezen ervoor om hun geld te spreiden, zodat niet alles afhankelijk is van de euro en de waarde daarvan op lange termijn.
In periodes waarin geld aan koopkracht verliest, kijken mensen vaker naar bezittingen die bedoeld zijn om waarde te behouden. Goud wordt daarom al lange tijd genoemd als iets waar in onzekere periodes extra aandacht naartoe gaat.
Nee, goud beweegt ook op en neer. Er zijn jaren met stijgingen en jaren met dalingen. Over de langere periode van 2000 tot 2025 lag het gemiddelde jaarlijkse rendement volgens de aangehaalde data op 10,9%, maar prestaties uit het verleden zeggen niets over de toekomst.
In het rapport zie je hoe goud zich tussen 2000 en 2025 jaar voor jaar heeft ontwikkeld. Het laat op een duidelijke manier zien wat er in die jaren gebeurde en hoe goud in verschillende periodes bewoog.
