
Ontvang de nieuwste inzichten en updates gewoon in je inbox.
€100.000 op je spaarrekening. Dat is een bedrag waar je hard voor gewerkt hebt. Maar laat je het gewoon staan, dan verliest het elk jaar een beetje waarde door inflatie. Bij een inflatie van 2,5% en een spaarrente van 1,5% verlies je per jaar1% koopkracht. Op een ton is dat €1.000 per jaar, stil en onzichtbaar. In dit artikel leggen we uit hoe je verstandig omgaatmet een groter spaarbedrag en welke opties er zijn om stil waardeverlies te voorkomen.
In dit artikel lees je:
Een ton op de bank voelt solide. Maar de echte vraag is niet hoeveel er op je rekening staat, maar hoeveel je er over tien of twintig jaar nog mee kunt kopen.
Het rekenvoorbeeld
Stel: je hebt €100.000 op een spaarrekening met 1,5% rente per jaar. De inflatie is gemiddeld 2,5% per jaar. Dan groeit je saldo elk jaar met €1.500. Maar de inflatie vreet er €2.500 vanaf. Per saldo verlies je €1.000 per jaar aan koopkracht.
Na tien jaar heb je circa €116.000 op je rekening. Maar door de cumulatieve inflatie van ruim 28% kun je daar in koopkrachtvan vandaag nog maar ongeveer €90.500 mee kopen. Je saldo is gestegen, maar je koopkracht is met bijna €10.000 gedaald.
Na twintig jaar is dat verlies nog groter. Zelfs bij een redelijke spaarrente kan je vermogen in reële waarde structureel dalenals de inflatie hoger blijft.
In Nederland, en in de hele Europese Unie, zijn spaargelden per persoon per bank beschermd tot €100.000. Dat heet het depositogarantiestelsel. Als een bank omvalt, krijg je tot dat bedrag je geld terug via DNB, De Nederlandsche Bank.
Heb je meer dan €100.000 bij één bank, dan loop je over dat meerdere risico. Het is verstandig om spaargelden boven de €100.000 over meerdere banken te spreiden, zodat het volledige bedrag gedekt is.
Met een groter spaarbedrag heb je meer mogelijkheden dan met een kleine buffer. Maar meer opties betekent ook meerkeuzes, en die keuzes hebben consequenties. Hieronder de belangrijkste opties op een rij.
Optie 1: spreiden over meerdere spaarrekeningen
De eenvoudigste stap is je spaargeld over meerdere banken verdelen. Zo blijf je binnen de depositogarantie van €100.000 per bank en heb je geen risico als één bank in de problemen komt. Kies banken met de hoogste spaarrente en vergelijkregelmatig.
Dit is veilig en eenvoudig, maar lost het inflatieprobleem niet op. Je spaargeld groeit wel, maar bij een lage rente bijt inflatieer nog altijd in.
Optie 2: spaardeposito voor hogere rente
Met een spaardeposito, ook wel termijndeposito genoemd, zet je geld vast voor een bepaalde periode in ruil voor eenhogere rente. In 2026 bieden sommige deposito's met een looptijd van één tot drie jaar rentes van 2,5 tot 3,5%. Dat is gunstig als de inflatie rond de 2 à 3% ligt.
Het nadeel is dat je het geld niet tussentijds kunt opnemen zonder boete. Dit is alleen geschikt voor geld dat je zeker niet op korte termijn nodig hebt.
Optie 3: beleggen in indexfondsen
Een gedeelte van je vermogen beleggen in een breed gespreid indexfonds geeft op de lange termijn gemiddeld een hogerrendement dan sparen. Historisch gezien leveren brede aandelenindexen op termijn van tien jaar of langer een rendementop van gemiddeld 6 à 8% per jaar, al kan dat sterk variëren.
Het risico is dat koersen kunnen dalen, soms fors op korte termijn. Dit is dan ook alleen geschikt voor een deel van je vermogen dat je vijf tot tien jaar of langer kunt missen.
Optie 4: goud als bewaarder van waarde
Goud heeft geen vast rendement. Het keert geen dividend uit en betaalt geen rente. Maar het behoudt zijn koopkracht over lange perioden en is niet gebonden aan één munt of één land.
Voor mensen met een groter vermogen is goud interessant als aanvulling op spaargeld en beleggingen. Het beschermttegen extreme scenario's zoals hoge inflatie, valutacrises of instabiliteit van het financiële systeem. Een veelgebruikterichtlijn is om 5 à 15% van je vermogen in goud aan te houden, maar dat hangt volledig af van je persoonlijke situatie enrisicobereidheid.
Optie 5: vastgoed
Vastgoed is een klassieke manier om vermogen op te bouwen en te beschermen. Huurinkomsten stijgen mee met de inflatie en de waarde van vastgoed groeit op de lange termijn. Maar vastgoed vraagt een grote inleg, brengt beheerslastmet zich mee en is minder liquide. Voor sommige mensen past het goed, voor anderen juist niet.
Bescherm je ton tegen stille inflatie-erosie
✔ Investeer een deel in fysiek goud
✔ Al vanaf €1, geen minimumbedrag
✔ Veilige opslag in Zwitserland
Open gratis een account bij Cleverr →
Er is geen universeel antwoord. De juiste verdeling hangt af van je leeftijd, je doelen, hoelang je het geld kunt missen enhoeveel risico je aankunt. Maar een paar richtlijnen helpen om een weloverwogen keuze te maken.
Stap 1: bepaal hoeveel je direct beschikbaar wil hebben
Zorg altijd dat je een direct opneembare buffer hebt voor onverwachte kosten. Een noodfonds van drie tot zes maandenvaste lasten is een gangbare richtlijn. Op een totaalvermogen van €100.000 is dat misschien €10.000 tot €15.000. Dit deelhoud je op een gewone spaarrekening.
Stap 2: bepaal je tijdshorizon voor de rest
Voor het overige vermogen is de vraag: wanneer heb je het nodig? Geld dat je over twee jaar nodig hebt voor een groteaankoop, zet je op een deposito of spaarrekening. Geld dat je pas over tien jaar nodig hebt, kun je met meer risicobeleggen.
Een mogelijke verdeling als richtlijn
Onderstaande verdeling is geen advies, maar een illustratie van hoe spreiding eruit kan zien:
Deze verdeling is puur illustratief. Wat voor jou werkt, hangt af van je persoonlijke situatie, doelen en risicobereidheid. Het kan verstandig zijn om een onafhankelijk financieel adviseur te raadplegen als je twijfelt.
Belastingbox 3: houd rekening met vermogensbelasting
In Nederland betaal je belasting over je vermogen in box 3. In 2026 geldt een heffingsvrij vermogen van circa €57.000 per persoon. Over het meerdere betaal je belasting op basis van een fictief rendement. Dat fictieve rendement kan hoger liggendan je werkelijke spaarrente, waardoor je netto minder overhoudt dan je denkt.
Voor mensen met een groter vermogen is het verstandig om te begrijpen hoe box 3 werkt en of bepaalde beleggingsvormenfiscaal voordeliger zijn dan anderen. Een belastingadviseur kan hierbij helpen.
Dit artikel is onderdeel van een reeks over inflatie in Nederland. Lees ook:
→ Inflatie in Nederland (2026): het complete overzicht
→ Wat te doen met spaargeld in 2026? De fout die veel mensen maken
→ Wat gebeurt er met je spaargeld bij inflatie?
→ Waarin investeren bij inflatie?
→ Hoe bescherm je je geld tegen inflatie?
€100.000 spaargeld is een mooi bedrag, maar het beschermt zichzelf niet automatisch. Bij een inflatie die hoger is dan de spaarrente verlies je elk jaar koopkracht, onzichtbaar maar zeker. Na tien jaar kan dat oplopen tot tienduizenden euro's aanverloren koopkracht.
De oplossing is spreiding: een noodfonds op een direct opneembare rekening, een deel op een deposito voor hogere rente, een deel in beleggingen voor de lange termijn en eventueel een deel in goud als bescherming tegen inflatie.
Met Cleverr investeer je eenvoudig in fysiek goud, al vanaf €1. Geen minimumbedrag, geen ingewikkelde procedures. Een toegankelijke manier om een deel van je vermogen te beschermen.
→ Terug naar het hoofdartikel: Inflatie in Nederland (2026)
26 jaar rendement, inflatie en koopkracht in één helder overzicht

En leer meteen over het historisch rendement van goud van de afgelopen 26 jaar.
